Advies van de Raad over een in te stellen Prijs der Nederlandse Taal

Datum: 
11 december 2009

Mevrouw J. Schauvliege
Voorzitter van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie
Vlaams Minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur
Koolstraat 35 - bus 5
B-1000 BRUSSEL
België

Den Haag, 11 december 2009

Betreft: advies ‘Naar een Prijs der Nederlandse Taal‘

Geachte mevrouw Schauvliege,
 

In de Nederlandse Taalunie streven Vlaanderen, Nederland en Suriname gezamenlijk naar een verantwoord gebruik van de Nederlandse taal, in het bijzonder in het onderwijs en in het ambtelijk verkeer. Deze doelstelling, vastgelegd in artikel 5 van het Taalunieverdrag, is volgens de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren erg belangrijk.
Dat dit streven ook een maatschappelijk draagvlak heeft, mag blijken uit de onderkenning van het belang van taal in maatschappelijke discussies. De invloed van andere talen op het Nederlands, de rol van de Nederlandse taal bij de integratie van oud- en nieuwkomers, de kennis van de taal bij kinderen in het onderwijs en studenten aan hogescholen en universiteiten, laaggeletterdheid, meertaligheid, de taal van de overheid, elke dag is er over een van deze onderwerpen wel een stuk te lezen in de krant. 2008 was het jaar van de Talen, 2010 wordt het jaar van het Nederlands. Terecht wordt alom het belang van taal, van het Nederlands, erkend.

Een Prijs der Nederlandse Taal
In die context wil de Raad voor de Nederlandse taal en letteren onderstaand voorstel aan het Comité van Ministers voorleggen met de vraag het te ondersteunen en de realisatie ervan te initiëren. De Raad stelt voor om in Taalunieverband een Prijs der Nederlandse Taal in te stellen.

Hoewel het voor de hand ligt om een taalprijs grensoverschrijdend op te zetten, hebben op dit ogenblik taalprijzen steeds betrekking op een deel van het taalgebied. Andere prijzen zijn dan weer gericht op zeer specifieke invullingen (“de best schrijvende ambtenaar”) of zijn wetenschappelijk gericht (“de beste dissertatie”). Geen van de prijzen trekt veel media-aandacht.
De Raad stelt ook vast dat er al een redelijk aanbod aan letterenprijzen is. Ook in Taalunieverband zijn de prijzen in hoofdzaak gericht op het veld van literatuur en lezen (Prijs der Nederlandse Letteren, Inktaap, Toneelschrijfprijs).
Het belangrijkste doel van de Taalprijs is aandacht te genereren voor taal, taalbeheersing en taalgebruik en met name voor het belang van effectief taalgebruik: begrijpelijke taal. Een secundaire doelstelling moet zijn dat de Taalprijs bijdraagt aan de beeldvorming rond de Taalunie, aan een grotere zichtbaarheid en aan het imago van Nederlandse Taalunie.
De Raad acht het van groot belang dat de Taalunie haar taak in het veld van de taal (naast dat van de letteren) prominenter over het voetlicht brengt. Recente (openbare) discussies laten zien dat de Taalunie juist op dit terrein te weinig zichtbaar is.

Concrete invulling van de Prijs
De Raad is zo vrij een voorbeeld te geven in welke richting kan gedacht worden. Uiteraard betreft het hier slechts een globaal concept, dat nog niet werd afgetoetst bij deskundigen, maar dat tegemoet zou kunnen komen aan een aantal van bovengenoemde zaken. De haalbaarheid van dit voorstel en de wenselijkheid ervan zouden prioritair nader bekeken moeten worden. De Raad is uiteraard bereid dit concept verder uit te werken, als het Comité het idee van een Taalprijs gunstig gezind is.
Overigens is de Raad er zich van bewust dat voor een dergelijk plan financiering zal moeten worden gezocht. Het zal dus erg belangrijk zijn partners te vinden voor de uitwerking ervan.

In de Angelsaksische landen bestaat een sterke debatcultuur, die al in het onderwijs prominent aanwezig is. Individuele deelnemers en teams nemen het vaak tegen elkaar op in debatwedstrijden, die ook substantiële media-aandacht krijgen. In het Nederlandse taalgebied ontbreekt die cultuur grotendeels.
Het lijkt de Raad inspirerend om het idee van het wedstrijdkarakter op scholen over te nemen, maar het breder in te vullen. Effectief taalgebruik dient centraal te staan.
De gedachte is om aan de basis te beginnen: bij kinderen. De Prijs der Nederlandse Taal wordt dan het eindpunt van een wedstrijd tussen jongeren uit Nederland, Vlaanderen en Suriname. In de drie landen worden eerst op verschillende niveaus - in oplopende lijn van schoolniveau, van gemeenteniveau tot provincieniveau - lokale wedstrijden georganiseerd. De winnaars van elk ‘landelijk’ niveau nemen het in de finale tegen elkaar op.
De ‘wedstrijden’ richten zich op het effectieve, creatieve en veelzijdige gebruik van het Nederlands. Opdrachten kunnen variëren, van het schrijven van een overtuigende brief aan de Minister-President, tot het improviseren van een vermakelijk verhaal of het schrijven van een creatief gedicht (zie bijlage voor een eerste, schematische uitwerking van opdrachten).
Bij de finale moeten ook prominente taalgebruikers uit de politiek en diverse maatschappelijke velden betrokken zijn. Zij zijn prominent jurylid, of functioneren als participanten in opdrachten.

 

  • Doelgroep: jongeren/kinderen en hun ouders
  • Voordeel/kracht: grass root concept - er worden veel verschillende partijen betrokken bij het hele concept, wat groot draagvlak oplevert.
  • Voor financiering biedt dit voorstel eveneens voordelen: verschillende partners kunnen een deel van het plan dragen.

Vanuit onderwijs:
Onderwijsnetten, scholen, organisaties van leraren Nederlands, …;
Ondersteunende onderwijsdiensten zoals inspectie, CITO, Canon Cultuurcel;
Pedagogische departementen en lerarenopleidingen van universiteiten en hogescholen;
Ministeries;
Onderwijstijdschriften als Levende Talen Magazine, Klasse;
Internetplatforms zoals kennisnet.
Vanuit de media
Landelijke kranten en tijdschriften;
Televisie, in het bijzonder gericht op kinderen/jongeren;
Gespecialiseerde tijdschriften zoals Onze Taal.

 

 

Voor de uiteindelijke Prijs denkt de Raad aan iets “bijzonders”, bijvoorbeeld de winnaar de kans bieden zijn/haar ‘taaldroom’ te realiseren. Dit kan de meest uiteenlopende vormen aannemen: de productie van een boekje, de publicatie van een stuk in de krant, de opname van een rap, het volgen van een cursus, een dag meelopen met je favoriete schrijver.

Engagement van de Raad
Met dit voorstel hoopt de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren in de eerste plaats de discussie over de nood aan een Prijs der Nederlandse Taal te openen. Uiteraard is de Raad graag bereid met het Comité van Ministers verder van gedachten te wisselen over de wenselijkheid van een degelijk initiatief, over de doelstellingen ervan en over de mogelijke concrete invullingen.
Ook in de eventuele verdere uitwerking van de Prijs engageert de Raad er zich toe dit, samen met het Algemeen Secretariaat, op te volgen.

In de hoop dat u hier positief op wil reageren,

Met dank en vriendelijke groeten,
Leen van Dijck
voorzitter Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren

cc: leden van het Comité van Ministers

Overige adviezen