Statuten Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren

10 juni 2013

Statuten van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren

De statuten van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren zijn door het Comité van Ministers vastgesteld op 16 mei 1983 en gewijzigd op 14 april 1987, 19 januari 1994, 28 september 1998, december 1999, 26 april 2004, 30 oktober 2006 en op 10 juni 2013. De statutenwijziging in 1998 is voortgekomen uit het besluit van het Comité van Ministers in oktober 1996 over een gewijzigde samenstelling van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren. De bewindslieden gaven te kennen de voorkeur te geven aan een kleiner adviesorgaan met gezaghebbende leden, die specialistische kennis combineren met een generalistische visie op taal- en letterenbeleid.

Artikel 1

De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, hierna te noemen de Raad, oefent zijn functie en taken uit krachtens de artikelen 6 en 12 van het op 9 september 1980 te Brussel tot stand gekomen Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie.

Artikel 2

In de Raad zijn verenigd personen die op grond van hun deskundigheid op het terrein van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin, beleidsmatig kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Nederlandse Taalunie. Zij vertegenwoordigen geen organisatie of instelling.

Artikel 3

Conform de artikelen 12 en 14 van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie, heeft de Raad tot taak:

  • het Comité van Ministers te adviseren over de hoofdlijnen van het beleid van de Nederlandse Taalunie;
  • desgevraagd of uit eigen beweging adviezen uit te brengen aan derden op het terrein van de Nederlandse taal en letteren, indien hij dit voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de Nederlandse Taalunie gewenst acht;
  • met behoud van de verantwoordelijkheid van het Comité van Ministers in dezen, te zorgen voor de samenstelling van de Woordenlijst Nederlandse Taal in het kader van de uitvoering van de spellingsopdracht van de Nederlandse Taalunie zoals bepaald in artikel 4 lid b van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie.

De Raad vervult een signalerende rol en beïnvloedt de hoofdlijnen van de politieke agenda van de Nederlandse Taalunie. De leden van de Raad anticiperen op ontwikkelingen. Zij geven aan welke onderwerpen op hun terrein(en) in de komende jaren centraal zullen staan en wat daarvan de maatschappelijke en politieke relevantie is, met name in Nederlands-Vlaams verband.

Artikel 4

De Raad stelt ieder jaar in zijn tweede vergadering (minimaal zes weken voor de najaarsvergadering van het Comité van Ministers) een advies vast voor de uitwerking van het actieplan van de Nederlandse Taalunie voor het daaropvolgende jaar.

Artikel 5

  1. De Raad komt ten minste vier keer per jaar bijeen in een Algemene Vergadering en voorts zo dikwijls als het Bureau, zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 van deze statuten, het nodig acht of ten minste vier leden het nodig achten, dan wel een verzoek om een advies van het Comité van Ministers daartoe noopt.
  2. De Raad stelt zijn adviezen vast in een Algemene Vergadering.
  3. Het Bureau stelt de plaats, de datum en de agenda van de Algemene Vergaderingen vast en bereidt deze vergaderingen voor.
  4. Het Bureau oefent toezicht uit op de tenuitvoerlegging van de besluiten van de Raad.
  5. In geval het Comité van Ministers in een met redenen omkleed verzoek om een spoedadvies vraagt, brengt de Raad zijn advies schriftelijk binnen vijftien werkdagen uit.

Artikel 6

  1. De Algemene Vergaderingen van de Raad zijn openbaar tenzij de Raad of het Comité van Ministers om gegronde redenen anders beslist.
  2. De adviezen van de Raad zijn openbaar tenzij naar het oordeel van de Raad of het Comité van Ministers openbaarheid de belangen van personen of instellingen kan schaden.

Artikel 7

  1. De Raad bestaat uit twaalf leden, waarbij Nederland en Vlaanderen in beginsel gelijkelijk vertegenwoordigd zijn.
  2. In afwijking van het eerste lid van dit artikel kan een kandidaat van niet-Belgische of niet-Nederlandse nationaliteit als lid van de Raad benoemd worden indien de selectiecommissie van mening is dat de deskundigheid van die persoon de Raad completeert. Het buitenlands lid wordt gerekend tot de nationaliteitsgroep van zijn eigen voorkeur.
  3. Bij de samenstelling van de Raad ligt de nadruk op kennis van en betrokkenheid bij aangelegenheden van de Nederlandse Taalunie en op bestuurlijk inzicht. Leden van de Raad moeten erkend en herkend worden als gezaghebbende specialisten op hun eigen terrein, die vanuit een breed perspectief verbanden kunnen leggen metandere sectoren. Hun gezamenlijke deskundigheid dient alle belangrijke beleidsterreinen van de Nederlandse Taalunie te bestrijken. Van de leden van de Raad wordt een initiërende houding verwacht. Naast visie zijn (conceptuele) overtuigingskracht en gevoel voor strategie belangrijke vereisten.
  4. Vacatures voor de Raad worden openbaar bekend gemaakt in de vacaturebank op de website van de Nederlandse Taalunie - het Taalunieversum - en eventueel op andere websites en in kranten en tijdschriften. Daarbij wordt gespecificeerd aan welke criteria de kandidaten moeten voldoen. Personen kunnen zich op basis van de vacature kandidaat stellen of anderen voor het lidmaatschap voordragen. De voorzitter en de vicevoorzitter van de Raad vormen de selectiecommissie. De algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie neemt als adviseur aan de bespreking van de selectiecommissie deel. De selectiecommissie draagt een kandidaat voor benoeming aan het Comité van Ministers voor na een meerderheidsinstemming van de voltallige Raad. Indien de Raad niet in vergadering bijeen is, maken de Raadsleden digitaal dan wel schriftelijk hun instemming kenbaar.
  5. De leden van de Raad worden benoemd door het Comité van Ministers.

Artikel 8

  1. De leden van de Raad worden benoemd voor drie jaar. Na deze eerste zittingstermijn van 3 jaar wordt een evaluatie van het lidmaatschap uitgevoerd. Bij positieve evaluatie stemt het Comité van Ministers eenmalig in met een volgende zittingstermijn van 3 jaar. Na een onderbreking van zes jaar kan een oud-lid opnieuw benoemd worden.

    Raadsleden met een bijzondere expertise kunnen, uitzonderlijk en op basis van een goed onderbouwde motivatie, een derde zittingstermijn van 3 jaar op te laten nemen.
     
  2. Het lidmaatschap van degene die wordt benoemd ter opvolging van een lid wiens lidmaatschap tussentijds wordt beëindigd, begint op de eerste Algemene Vergadering waarvoor het nieuwe lid wordt uitgenodigd. Voor dat nieuwe lid begint alsdan de eerste termijn van drie jaar te lopen.

Artikel 9

  1. Het Bureau bestaat uit de voorzitter en de vicevoorzitter.
  2. De Raad wijst uit zijn midden twee leden aan die voor maximaal drie jaar de functie van respectievelijk voorzitter en vicevoorzitter vervullen.
  3. Tijdens de laatste vergadering in de termijn van de (vice)voorzitter wordt bij geheime schriftelijke stemming een nieuwe (vice)voorzitter gekozen.
  4. Het verdient aanbeveling dat de voorzitter en de vicevoorzitter van verschillende nationaliteit zijn en dat opeenvolgende (vice)voorzitters van verschillende nationaliteit zijn.

Artikel 10

  1. De Raad kan permanente commissies en commissies ad hoc instellen.
  2. Raad stelt de opdracht en de samenstelling van elke commissie vast.
  3. De commissies rapporteren aan de Raad.
  4. Vergaderingen en rapporten van de commissies zijn niet openbaar.

Artikel 11

  1. Onder de Raad ressorteert een permanente commissie, de Raadscommissie Suriname.
  2. De Raadscommissie Suriname bestaat uit drie leden. Vacatures voor de Raadscommissie Suriname worden in Suriname openbaar bekend gemaakt in de vacaturebank op de website van de Nederlandse Taalunie - het Taalunieversum - en eventueel op andere websites en in kranten en tijdschriften. Daarbij wordt gespecificeerd aan welke criteria de kandidaten moeten voldoen. De leden van de Raadscommissie Suriname worden door de Raad voorgedragen aan en benoemd door de Surinaamse minister die verantwoordelijk is voor de samenwerking in Taalunieverband. De leden van de Raadscommissie Suriname worden benoemd voor drie jaar. Ze kunnen aansluitend eenmaal herbenoemd worden. Na een onderbreking van drie jaar kan een oud-lid opnieuw benoemd worden.
  3. De Raadscommissie Suriname sluit aan bij de statuten en bij het huishoudelijk reglement van de Raad en waar mogelijk ook bij de werkzaamheden van de Raad. Op verzoek van het Comité van Ministers of van de Republiek Suriname en met instemming van de Raad kan van een specifieke bepaling in de statuten of van het huishoudelijk reglement van de Raad afgeweken worden.
  4. De Raadscommissie Suriname heeft tot taak de Raad desgevraagd of uit eigen beweging te adviseren in aangelegenheden die betrekking hebben op het beleid en de werkterreinen van de Nederlandse Taalunie in Suriname.
  5. De Raadscommissie Suriname rapporteert eens per jaar over haar werkzaamheden aan de Raad die op zijn beurt de samenwerking met de Republiek Suriname agendeert.

Artikel 12

  1. Onder de Raad ressorteert een permanente commissie, de Commissie Spelling.
  2. De Commissie Spelling bestaat uit maximaal zes leden en een secretaris. De leden van de Commissie Spelling worden benoemd door het Comité van Ministers. De leden van de Commissie Spelling worden door de Raad aan het Comité van Ministers voorgedragen op voorstel van de uittredende commissie. De benoeming van de commissieleden loopt tot de verschijningsdatum van de eerstvolgende editie van de Woordenlijst Nederlandse Taal, tenzij de leden zelf vroegtijdig ontslag nemen. In dat laatste geval wordt de vacature eveneens ingevuld via een voordracht door de Raad, op voorstel van de zittende commissie. Leden van de Commissie Spelling zijn onmiddellijk herbenoembaar voor een volgende termijn.
  3. De Commissie Spelling heeft tot taak de tienjaarlijkse herzieningen van de Woordenlijst Nederlandse Taal voor te bereiden.
  4. De Commissie Spelling geeft jaarlijks een schriftelijke voortgangsrapportage aan de Raad. De Raad bezorgt het rapport van de Commissie aan het Comité van Ministers en formuleert daarbij een advies.

Artikel 13

  1. De Raad wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris.
  2. De ambtelijk secretaris wordt aangewezen door de algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie die deze keuze van tevoren toelicht aan de Raad.
  3. De ambtelijk secretaris bereidt in overleg met het Bureau de Algemene Vergaderingen voor en draagt zorg voor de notulen van deze vergaderingen.
  4. Het Algemeen Secretariaat van de Nederlandse Taalunie ondersteunt bij de opvolging van de raadsbesluiten en -afspraken. Het draagt tevens zorg voor de ondersteuning van commissies van de Raad.
  5. De algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie woont de vergaderingen van de Raad bij. De algemeen secretaris heeft daarin een raadgevende stem.

Artikel 14

De leden van de Raad ontvangen voor het bijwonen van vergaderingen van de Raad vergoedingen zoals vastgesteld door het Comité van Ministers.

Artikel 15

Tenzij in de statuten anders is bepaald, neemt de Raad zijn besluiten bij gewone meerderheid van stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van het aantal leden aanwezig is.

Artikel 16

De statuten kunnen worden gewijzigd op voorstel van ten minste tweederde van het aantal leden in een vergadering waarin ten minste tweederde van de leden aanwezig is. Het Comité van Ministers stelt de wijziging van de statuten vast.

Artikel 17

In gevallen waarin de Statuten niet voorzien, beslist de Raad op voorstel van het Bureau. Geschillen van toepassing van de Statuten worden ter beslissing voorgelegd aan het Comité van Ministers.