Samenwerkingen voor taal- en spraaktechnologie

De Taalunie stimuleert het gebruik van bronnen en basismaterialen voor het Nederlands en besteedt daarbij bijzondere aandacht aan de benutting van taal- en spraaktechnologie (TST) in het Nederlands.

Het STEVIN-programma (2004-2011) heeft investeringen gedaan (in totaal € 11,4 miljoen) om “spraak- en taaltechnologische essentiële voorzieningen in het Nederlands” te ontwikkelen.

Het TST-bestuur van het STEVIN-programma, bestond uit de Taalunie als coördinator en vertegenwoordigers van de financierende partners:

Vlaams

  • Vlaamse Overheid, vertegenwoordigd door het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI),
  • het Instituut voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT)
  • Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO).

Nederlands

  • Agentschap NL (nu onderdeel van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) als vertegenwoordiger van het Ministerie van Economische Zaken (EZ),
  • Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW)
  • Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

De resultaten van het STEVIN-programma werden vanaf 2006 ondergebracht in de TST-Centrale, die de opgenomen materialen beheerde, onderhield en distribueerde. De TST-Centrale was eerst zeven jaar een project bij het toenmalige Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL), daarna drie jaar onderdeel van de Taalunie.

In april 2016 is de servicedesk van de TST-Centrale samen met alle beschikbare TST-materialen overgedragen aan het vernieuwde Instituut voor de Nederlandse Taal. In afwachting van de volledige integratie van de dienstverlening en de materialen in de werkzaamheden en de catalogus van het instituut, is de servicedesk nog apart bereikbaar via: http://tst-centrale.org/nl/.

Voor de prijsbepaling voor het gebruik van de TST-materialen voor onderzoek en ontwikkeling, bestaat een TST(C)-Prijzencommissie, die vroeger verbonden was aan de TST-Centrale, maar nu aan de Taalunie zelf. De TST(C)-Prijzencommissie bestaat uit vertegenwoordigers van overheidsorganisaties, onderzoeksinstellingen en belangenverenigingen van de sector. Voor contact: info@taalunie.org.

De Taalunie streeft ernaar bronnen en basismaterialen voor het Nederlands zo vrij mogelijk beschikbaar te stellen, zodat ze in zo veel mogelijk nieuwe toepassingen en producten kunnen worden geïntegreerd. Met het Instituut voor de Nederlandse Taal en diverse veldpartijen bereidt zij een nieuw investeringsprogramma voor om de benutting van TST in het Nederlands te bevorderen.

Als stichtend lid van de CLARIN-ERIC zorgt de Taalunie ervoor dat bronnen en basismaterialen voor het Nederlands ook hun weg vinden naar de gemeenschappelijke Europese taalinfrastructuur en ook Vlaamse onderzoekers en ontwikkelaars tot deze gemeenschappelijke infrastructuur toegang krijgen.