Associatieovereenkomst Nederlandse Taalunie en de Republiek Suriname

Voor meer informatie over de overeenkomst zie ook de toelichting.

Associatieovereenkomst tussen de Nederlandse Taalunie en de Republiek Suriname | 12 december 2003

De Nederlandse Taalunie en de Republiek Suriname, hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen, verenigd in de wil de verwezenlijking van de doelstellingen van het op 9 september 1980 te Brussel tot stand gekomen Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie, hierna te noemen het Verdrag, voort te zetten;

overwegende dat de Republiek Suriname de wens heeft uitgesproken aan de activiteiten van de Nederlandse Taalunie mee te werken;

verlangende de Republiek Suriname in de activiteiten van de Nederlandse Taalunie te betrekken, zodat de Republiek Suriname daarin haar eigen bijdrage kan leveren;

overwegende dat artikel 20 van het Verdrag bepaalt dat andere Staten die aan de activiteiten van de Nederlandse Taalunie wensen mede te werken, met de Nederlandse Taalunie een Associatieovereenkomst kunnen sluiten, waarin de vormen en voorwaarden van deze samenwerking zijn bepaald;

hebben besloten een Overeenkomst aan te gaan, waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Nederlandse Taalunie en de Republiek Suriname;

en hebben te dien einde overeenstemming bereikt over het volgende:

Hoofdstuk I Doel en inhoud
Artikel 1

De Overeenkomst brengt een associatie tot stand tussen de Nederlandse Taalunie en de Republiek Suriname.

Artikel 2

  1. De Overeenkomst heeft tot doel de Republiek Suriname te betrekken in de activiteiten die op grond van het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie worden ondernomen, waar het door beide Overeenkomstsluitende partijen gewenst en mogelijk geacht wordt.
  2. De samenwerking die uit deze Overeenkomst voortvloeit dient uitdrukking te geven aan het feit dat het Nederlands niet uitsluitend de taal is van Nederlanders en Vlamingen, maar ook van de inwoners van de Republiek Suriname.
  3. De Overeenkomst biedt de Nederlandse Taalunie de kans om haar doelstellingen binnen een groter deel van het Nederlandse taalgebied te realiseren en op die manier een betere samenwerking tot stand te brengen tussen alle gebruikers van het Nederlands.
  4. De samenwerking is gericht op:
    1. De ondersteuning van de inwoners van de Republiek Suriname bij het gebruik van de Nederlandse taal;
    2. De ontwikkeling van onderwijs in en van het Nederlands;
    3. De bevordering van de Nederlandstalige letteren.

Hoofdstuk II De betrokkenheid van de Republiek Suriname bij de Organen van de Nederlandse Taalunie
Artikel 3

De regering van de Republiek Suriname mandateert één van haar leden om in haar naam op te treden in alle zaken die uit deze Overeenkomst voortvloeien.

Het Comité van Ministers

Vertegenwoordiging van de Republiek Suriname in het Comité van Ministers

Artikel 4

  1. De Republiek Suriname stelt een vertegenwoordiger aan die formele aangelegenheden betreffende de Nederlandse Taalunie in Nederland en Vlaanderen volgt.
  2. De vertegenwoordiger van de Republiek Suriname:
    1. volgt de vergaderingen van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie als waarnemer
    2. kan als waarnemend lid van het Comité van Ministers deelnemen aan de vergaderingen van de Interparlementaire Commissie met het Comité van Ministers
    3. kan door het Comité van Ministers worden uitgenodigd zitting te nemen in werkgroepen die door het Comité van Ministers worden opgericht ter uitvoering van de doelstellingen van de Taalunie zoals omschreven in het Verdrag.

Besluitvorming in het Comité van Ministers
Artikel 5

Van elk nieuw besluit van het Comité van Ministers wordt aangegeven of het van toepassing verklaard kan worden op de Republiek Suriname. De inclusie van de Republiek Suriname in een besluit vereist instemming van zowel het Comité van Ministers als van de vertegenwoordiger van de Republiek Suriname.

Artikel 6

Het Comité van Ministers en de Republiek Suriname beslissen bij het van kracht worden van de Overeenkomst welke van de in het verleden genomen besluiten van het Comité van Ministers van toepassing worden verklaard op de Republiek Suriname.

Artikel 7

Voor de besluiten van het Comité van Ministers die niet van toepassing verklaard zijn op de Republiek Suriname geldt dat zij op een later tijdstip alsnog van toepassing verklaard kunnen worden. Het verzoek hiertoe dient door één van de Overeenkomstsluitende partijen te worden geagendeerd op het Comité van Ministers.

Artikel 8

Op verzoek van één van de Overeenkomstsluitende Partijen kan de intrekking van de toepasselijkheidsverklaring op de Republiek Suriname geagendeerd worden op het Comité van Ministers. Om de toepasselijkheidsverklaring te continueren is het akkoord van de Overeenkomstsluitende partijen nodig.

De Interparlementaire Commissie
Artikel 9

  1. De Commissie Onderwijs van het Parlement van de Republiek Suriname wordt gevraagd eens per jaar de samenwerking in Taalunieverband te agenderen. Aan deze Commissie worden de besluiten van het Comité van Ministers en de documenten over de werking van de Nederlandse Taalunie ter bespreking voorgelegd.
  2. De Commissie Onderwijs van het Parlement van de Republiek Suriname wordt gevraagd eens per jaar verslag van haar bevindingen te doen aan de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie.
  3. De Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie wordt gevraagd eens per jaar de samenwerking met de Republiek Suriname te agenderen. Het verslag van de Commissie Onderwijs van het Parlement van de Republiek Suriname wordt hiervoor ter beschikking gesteld.
  4. De Commissie Onderwijs van het Surinaamse Parlement kan te allen tijde schriftelijke vragen betreffende de samenwerking in Taalunieverband stellen aan het Comité van Ministers en aan de Surinaamse minister die bevoegd is voor de samenwerking in Taalunieverband.

De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
Artikel 10

  1. In de Republiek Suriname wordt een commissie van drie deskundigen op het gebied van taal en letteren samengesteld die fungeert als werkgroep van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren.
  2. De commissie wordt benoemd door de Surinaamse minister die bevoegd is voor de samenwerking in Taalunieverband, op voordracht van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren.
  3. De commissie sluit waar mogelijk aan bij de werkzaamheden en bij de statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren. Op verzoek van één van de Overeenkomstsluitende partijen en met instemming van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren kan de toepasselijkheid van een specifieke statutaire bepaling op deze commissie, worden uitgesloten. De commissie doet eens per jaar verslag van haar bevindingen aan de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren, die op haar beurt de samenwerking met de Republiek Suriname agendeert.

Het algemeen secretariaat
Artikel 11

  1. Het algemeen secretariaat draagt er zorg voor dat de Nederlandse Taalunie herkenbaar en efficiënt in de Republiek Suriname aanwezig is.
  2. Het algemeen secretariaat rapporteert jaarlijks aan het Comité van Ministers over zijn aanwezigheid en werkzaamheden in de Republiek Suriname.

Hoofdstuk III Geldmiddelen
Artikel 12

De Republiek Suriname kent de Nederlandse Taalunie een jaarlijkse bijdrage toe voor de uitvoering van de taken voortvloeiend uit het Verdrag en deze overeenkomst. De bijdrage van de Republiek Suriname aan de Nederlandse Taalunie wordt vastgesteld in de meerjarenbegroting en de jaarlijkse begroting van de Nederlandse Taalunie. Bij de vaststelling van de bijdrage wordt rekening gehouden met de omvang van de groep gebruikers van het Nederlands in de Republiek Suriname. Voor projecten die specifiek op Suriname gericht zijn, kunnen door of vanwege de Republiek Suriname extra middelen worden toegekend.

Hoofdstuk IV Slotbepalingen
Artikel 13

De voorrechten en immuniteiten welke nodig zijn voor de uitoefening van de personeelsfuncties en voor het bereiken van de doelstellingen van de Nederlandse Taalunie in de Republiek Suriname worden vastgelegd in een tussen de Overeenkomstsluitende partijen te sluiten protocol.

Wijziging van de Overeenkomst
Artikel 14

  1. De Overeenkomstsluitende Partijen onderwerpen na verloop van drie jaren na inwerkingtreding van deze Overeenkomst, en daarna al naar gelang daaraan behoefte bestaat, de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst aan een evaluatie.
  2. Naar aanleiding van deze evaluatie kunnen de Overeenkomstsluitende Partijen tot wijziging van deze Overeenkomst besluiten.

Looptijd en beëindiging van de Overeenkomst
Artikel 15

  1. De Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.
  2. De Overeenkomst kan door ieder van de Overeenkomstsluitende Partijen worden opgezegd. De opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de dertiende maand nadat de andere overeenkomstsluitende Partij de schriftelijke opzegging heeft ontvangen.

Inwerkingtreding van de Overeenkomst
Artikel 16

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de vereiste interne juridische procedures voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst is voldaan.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel op 12 december 2003 in twee exemplaren.

Voor de Nederlandse Taalunie, de Voorzitter van het Comité van Ministers

Mr. Medy van der Laan

Voor de Republiek Suriname, de Minister van Onderwijs en Volksontwikkeling

Walter Sandriman